Paradijs voor rustzoekers

Met de Atlantische Oceaan om je heen ben je verzekerd van frisse lucht op Inish Bofin, Inish Turk en Clare Island

Kasteelhotel Abbeyglenn

Bezoekers aan de Atlantische Ierse eilanden moeten tegen het nodige gemekker bestand zijn. Overal waar je kijkt zie je schapen, en heb je het geluk in het voorjaar deze streek te bezoeken, dan zie je overal dartele lammetjes huppelen. Op Inishbofin, Inish Turk of Clare Island ben je in ieder geval verzekerd van een gezonde slaap en is schaapjes tellen niet nodig. De lucht is puur, de stilte is louterend en de enige afleiding op deze eilanden zijn de schapen en de overweldigende weidsheid van het landschap. Om in het uiterste zuidwest punt van Ierland te geraken moet eerst vanaf de luchthaven van Dublin een paar uur worden gereden. Na ongeveer anderhalf uur wordt het landschap alsmaar boeiender en in Connemara met zijn hoogveengebieden is uiteindelijk de dunbevolkte uithoek van Ierland bereikt. De hoofdstad van Connemara is het stadje Clifden, te bereiken via de N59. Clifden is het vertrekpunt voor een hop on hop off trip langs drie, bijna verlaten eilanden.

De Connemara safari gaat van start

Vanaf het kasteelhotel Abbeyglenn vertrekt de safari naar de eilanden. www.abbeyglenn.ie. Gids Gerry Mccloskey komt al dertien jaar, gedurende de zomermaanden, elke vrijdag op alle Atlantische eilanden tijdens zijn Connemara Safari. www.walkingconnemara.com. Officieel is Gerry archeoloog, maar noem een onderwerp en hij weet er met deskundigheid over te praten. De Ierse geschiedenis is één van zijn stokpaardjes maar wees niet bang voor saaie verhandelingen. Gerry weet zijn toehoorders te boeien met humor en de juiste dosis informatie. Tijdens de rit van Clifden naar Cleggan Harbour voor de oversteek naar het eerste eiland, Inishbofin (eiland van de Witte Koe), verpakt Gerry de benodigde informatie dusdanig, dat we al snel aan zijn lippen hangen. Bezoekers aan dit eiland, dat slechts vijf kilometer uit de kust van Connamara ligt, mogen geen auto meenemen; dat is uitsluitend voorbehouden aan de bewoners van het eiland. www.inishbofinislandsdiscovery.com.

Erfenis van Crommwell

In de zomer telt het eiland 200 bewoners, ’s winters wonen er slechts 35 mensen. Als we bijna bij de haven aankomen passeren we de resten van een kasteel uit de tijd van Oliver Cromwell, een van de meest gehate figuren uit de Engelse geschiedenis. Gerry vertelt dat dit kasteel als gevangenis diende, waar in de 16e eeuw de katholieke geestelijken gevangen werden gezet, alvorens naar de Caraïben te worden verscheept waar ze als slaven werden verkocht. In de tijd van Hendrik de 8ste werd het katholicisme verbannen. De koning stichtte een eigen kerk om te bewerkstelligen dat hij van zijn vrouw Catharine kon scheiden om met Anne Boleyn te kunnen trouwen. Dat betekende dat de ‘’priesthunters’’ veel werk hadden aan het opsporen en elimineren van de katholieke priesters. Het kasteel ziet er in de ondergaande zon een beetje mysterieus en spookachtig uit.

Music for pleasure

De eigenaresse van het Doonmore Hotel, waar we de nacht verblijven staat ons al op de kade op te wachten. We kiezen er voor om haar alleen de bagage mee te geven en de wandeling van een kwartiertje naar het hotel te maken. www.doonmorehotel.com. Onderweg zien we de eerste schapen in alle soorten en maten, de zee ruist en bruist, maar de kleur van de ondergaande zon belooft niet veel goeds voor de volgende dag. De avond is er één, zoals dat alleen in Ierland kan. Als we naar de naastgelegen pub gaan, zitten daar twee mannen Ierse Folk muziek te maken. De viool en accordeon zijn geen moment stil. Muzikanten duiken hier zomaar ergens op om hier puur voor hun eigen plezier te spelen, maar een drankje als beloning slaan ze niet af.

Schapen, schapen en schapen

Als we ’s morgens achter Gerry aanlopen is het bewolkt en druilerig. Het landschap maakt gelukkig veel goed. Er is geen enkele boom op Inishbofin te vinden en dat geeft een surrealistische aanblik.Heuvels met rotsblokken, doorkijkjes die er steeds anders uitzien; woeste golven en strandjes. Dit gedeelte van Ierland is van oudsher een arm land. De bewoners hielden, en houden, zich in leven met visserij en het fokken van schapen. Overal zie je schapen, schapen en schapen. Bij elke bocht die je omgaat staat een nieuwe verrassing te wachten. Sommige stukken vertonen zo’n scherpe gelijkenis met het desolate maanlandschap, dat je elk moment verwacht om een stel astronauten tegen te komen.Dan weer is er alleen begroeiing te zien en even verderop lijkt het alsof een reus in een boze bui duizenden rotsblokken over het veld heeft neergegooid.

Gids Gerry Mccloskey

Gerry vertelt ondertussen allerlei anekdotes over de bewoners en de geschiedenis van Inishbofin. Hij wijst overzee naar een schimmig eilandje, Shark Island, dat in de zestiger jaren volledig werd verlaten door zijn bewoners. Met alleen het geluid van de wind en de zee lopen we verder tot het tijd is om te lunchen. De rugzak van Gerry blijkt verrassend veel lekkernijen te bevatten. En aan het einde van een prachtige dag constateren we tevreden dat we slechts een half uur een buitje regen hebben gehad.

Heuvels voor de verandering

In de haven van Inishbofin ligt een kleine boot op ons te wachten die ons ’s middags naar het volgende eilandje brengt: Inish Turk (eiland van de beer). Ook hier is autorijden uitsluitend aan het handjevol bewoners voorbehouden. Er zit dus niets anders op dan een uurtje te lopen naar ons onderkomen voor de komende nacht. Het verschil met Inish Bofin is meteen te voelen: het terrein is behoorlijk heuvelachtig. Het uitzicht op de diepliggende baaien is adembenemend.

Paradijs voor vogelaars

Inish Turk is slechts 5 x 2,5 kilometer. Er zijn twee gemarkeerde wandelingen uitgezet. Als doorsnee toerist ben je hier snel uitgekeken, maar het eiland schijnt in de juiste jaargetijden druk bezocht te worden door botanisten en vogelaars. We verblijven in een B&B met de naam Leach Abhainn. Na een lange dag in de buitenlucht smaakt de vis en het lamsvlees verrukkelijk. Na het eten lopen we nog even een stukje verderop naar het Community Center, waar een pub in is gevestigd. Er hangen een paar mannen rond die verveeld naar het televisiescherm kijken of hun sociale contacten op peil houden, ondertussen Guinness drinkend. Na het wandeltje over de heuvels, terug naar het B&B is het wederom niet nodig om schaapjes te tellen!

Clare Island

Als we de volgende dag naar de haven lopen om ons naar Clare Island te laten varen, breekt zowaar de zon door. Onderweg bekijken we een stapel kreeftenfuiken die ligt te wachten tot het weer tijd is om uitgezet te worden. Via een ingenieus geknoopt systeem kunnen de kreeften er wel in, maar niet uit.

Een scheepje van O’Malley Ferries vaart ons naar de laatste bestemming van deze reis: Clare Island. Dat de schepen van deze rederij ook te boeken zijn voor liefhebbers van diepzeevissen, is binnen goed te zien. Aan het dak van het schip hangen rekken met hengels in alle soorten en maten. www.omalleyferries.com.

130 hartelijke eilanders

De eilandbewoners zijn voor de bezorging van hun goederen en post volledig afhankelijk van scheepsvervoer. Clare Island heeft ongeveer 130 inwoners die, net als op de andere eilanden, leven van visserij en schapenfokkerij. Op Clare Island is een hotel en er zijn meerdere Bed & Breakfasts gevestigd. Doorgaans is het mogelijk om in de B&B ook de overige maaltijden te gebruiken. Verder worden er vakantiehuizen verhuurd, is er één winkel annex postkantoor en is er zelfs een yoga en meditatiecentrum. En dat voor een eiland van nog geen acht vierkante kilometer. Wie de complete kustlijn wil aflopen, moet rekenen op 21 kilometer.

De toyboy van Grace O'Malley

In de havenmonding ligt het kasteel van Grace O’Malley, de piratenkoningin uit de 15e eeuw. Het ziet er somber en ongenaakbaar uit. Er doen veel verhalen de ronde over deze legendarische Ierse heldin. Zo zou zij de Britse koningin Elisabeth I het leven behoorlijk zuur gemaakt hebben door de schepen te kapen die Elizabeth op het oog had om haar oorlog tegen Frankrijk te bekostigen. Deze schepen moesten bij een bepaald tij rond Ierland varen en Grace O’Malley pikte ze gewoon in. Verder doen er sappige verhalen de ronde over het feit dat Grace er op gevorderde leeftijd een 15-jarige Spaanse toyboy (zoals wij dat tegenwoordig noemen) op na hield.

Fresco's in de abdij

Grace zelf houdt wijselijk haar lippen stijf op elkaar. Haar resten liggen sinds haar dood in 1600 in de abdij die is gesticht door de monniken van Abbeyknockmoy in Co. Galway. Grace heeft een eigen gedecoreerde O’Malley Wall tombe. De ruimte waarin de resten van Grace liggen, is gedecoreerd met fresco’s. De tand des tijds heeft deze helaas bijna onzichtbaar gemaakt, maar er is met enige fantasie nog wel het één en ander te ontdekken zoals ridders te paard, worstelaars en draken.

De enige winkel van het eiland

Een stevige wandeling van zo’n 12 kilometer over heuvels en dalen laat alle kanten van dit vriendelijke eiland zien. Halverwege komen we aan bij de nering van Patie O’Malley, de eigenaar van de enige winkel en beheerder van het postkantoor. In zijn winkel kun je koffie en thee drinken, van het toilet gebruik maken en natuurlijk ook je boodschappen doen. Patie is per ongeluk, zoals hij zelf zegt, eigenaar geworden van de winkel. ‘’In 1994 dreigde de winkel gesloten te worden en de gemeenschap besloot min of meer dat ik de zaak maar moest overnemen’’ lacht hij mysterieus. Hoe de vork precies in de steel zit vertelt Paddy niet.

De zwaluw van Clare Island

Als we verder wandelen over de heerlijk rustige paden van Clare Island, wordt Gerry regelmatig staande gehouden door bewoners die hem hartelijk begroeten. ‘’Is het al zo ver?’’ blijkt een standaard vraag te zijn. Omdat Gerry doorgaans alleen in het zomerseizoen bezoekers meeneemt, wordt hij de ‘’zwaluw van Clare Island’’ genoemd.

Prima plekje

Een bezoek aan de vuurtoren is onontkomelijk op Clare Island. Het gebouw ligt op een prachtige, hooggelegen plek en is al lang niet meer in gebruik als vuurtoren. De huidige eigenaren hebben de vuurtoren geheel gerenoveerd en gaan vanaf mei de appartementen verhuren. www.clareislandlighthouse.com

Go Inish (GA NAAR DE EILANDEN)

De ruige en onherbergzame eilanden van zuidwest Ierland, Inishbfin, Inishturk en Clare Island zijn een perfecte bestemming voor mensen die niet van drukte, winkelen, feesten en warmte houden. De beste tijd om de eilanden te bezoeken is juni, juli en augustus, maar de temperatuur zal nooit hoger dan 22 graden zijn. De inwoners zijn bijzonder hartelijk en gastvrij en doen hun best om je het aan niets te laten ontbreken. In de juiste perioden zijn de eilanden een paradijs voor vogelaars en ook liefhebbers van vissen en duiken zullen aan hun trekken komen op deze eilanden. Bijkomend voordeel is, dat dit gebied uitstekend te bereiken is met het openbaar vervoer. Gerry MacCloskey organiseert all inclusive vijfdaagse wandelsafari’s langs de eilanden. Een reis naar deze eilanden betekent doorgaans: geen stress, verkeerslichten, kranten, tv, fast food, winkels, plastic en regels, maar wel: archeologie, wildernis, vogels, ontspanning, stilte, sterren, zeehonden, muziek, avontuur, vrijheid en frisse lucht.

GO INISH!

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.

Rob Dijksman | Antwoord 16.05.2013 16.20

Wat is Ierland toch een heerlijk land. Door jouw stuk zou ik bijna meteen mijn koffer weer gaan pakken.
groet,
Rob

Alie | Antwoord 13.05.2013 17.26

Wat een bijzonder stukje Ierland. Die 5-daagse wandelsafari lijkt mij ook wel wat.

Anneke Haasnoot | Antwoord 10.05.2013 01.41

Genoten van je beschrijving! Zou er zo naar toe willen.

Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

03.11 | 10:24

ik ben 100% rolstoel afhankelijk. voor mij dus geen optie.

...
31.10 | 23:00

Leuk artikel weer Ank!

...
30.10 | 18:03

Ik vind het verhaal heel goed beschreven. Bedankt hiervoor.

...
01.08 | 22:19

Wat een verhalen, en info,
Leuk om te lezen ankie

...
Je vindt deze pagina leuk