Green Season in Gambia, feest voor alle zintuigen

Altijd een wasmand voor handen

Er bestaat een hardnekkig misverstand over Gambia dat zegt dat je dat land alleen in de winter kunt bezoeken. Wat doorgaans de regentijd wordt genoemd is het Green Season, dat van mei tot augustus/september duurt. Een bezoek aan Gambia in deze tijd biedt een absolute meerwaarde aan het verblijf. In het Green Season is de natuur vele malen mooier en er is op dat moment een ongekende vogelrijkdom die zijn weerga niet kent. De buien die soms vallen zijn doorgaans van korte duur en de daarmee gepaard gaande onweersbuien vormen een attractie op zich met dramatische ontladingen die na een kwartiertje de natuur in volle glorie achterlaten.

 

Peter Engels is de Nederlandse eigenaar van Ngala Lodge, een kindvrij boetiekhotel in de ambassadeurswijk van Bakau. Hij draagt Gambia een warm hart toe en ondersteunt de bevolking op velerlei manieren. Zo is zijn personeel het hele jaar in dienst, ook in het Green Season. ,,Er moet een kentering komen’’, stelt Engels. ,, 20 % van het nationale inkomen is toerisme. De economie ligt zes maanden per jaar stil, puur door onwetendheid.’’ Op uitnodiging van Peter Engels bracht ik half juli een bezoek aan Ngala Lodge. Gedurende de hele week van mijn verblijf maakte ik welgeteld één regenbui mee.

Ngala Lodge ligt op een klif, er loopt een comfortabel pad naar het strand waar luxe strandbedden staan. In de tuin zelf zijn behalve relaxplekken en hangmatten allerlei kunstvoorwerpen en gekke dingen te zien. Engels verzamelde jarenlang kunst en overal in en om het hotel is dat terug te vinden.

Mijn suite is gevuld met de persoonlijke Rolling Stones verzameling van Engels waarin twee megagrote schilderijen van de bandleden in hun jonge jaren een prominente rol spelen. De jacuzzi op mijn terras laat ik de hele week voor wat ie is; het zwembad heeft een perfecte temperatuur. Omdat het hotel pal aan de Atlantische oceaan grenst, zie ik liggend op mijn rug in het zwembad, boven mijn hoofd Afrikaanse Zeearenden, haviken en andere reusachtige roofvogels zweven, op zoek naar vis. De suites zijn gevestigd in een voormalig koloniaal herenhuis. Er zijn achttien suites, elk ingericht met een eigen thema, grotendeels gebaseerd op de werken van de kunstenaar die er hangen. Sinds oktober 2015 is het hotel met zes suites uitgebreid.

Voor de inwendige mens is Jonathan Groves verantwoordelijk. Deze Engelse topkok heeft in diverse prestigieuze restaurants gewerkt voordat hij bij Ngala Lodge ging werken. Al deze factoren tezamen zorgden er voor dat dit tropische paradijs in 2013 wederom door Tripadvisor werd uitgeroepen tot één van de vijf meest romantische hotels ter wereld. www.ngalalodge.nl

Zoals gezegd is er juist in het Green Season een overvloed aan vogels die volop aan het broeden zijn. In Gambia komen 559 vogelsoorten voor, waarvan de meesten al even kleurrijk zijn als de kleding van de bevolking. Het is natuurlijk heel persoonlijk, maar wakker worden door het gezang, gefluit en geschreeuw van tropische vogels is voor mij de mooiste wekker. Later in de week beleef ik het ultieme vogelaarmoment als ik bij een klein watertje een stel IJsvogels heen en weer zie vliegen om vis te vangen en het me lukt om goede foto’s te maken. In Gambia komen acht soorten King Fisher (IJsvogels) voor.

Natuurlijk is Ngala Lodge de ultieme plek om te relaxen maar ik wil ook wat van het land zien. Om een eerste indruk te krijgen ga ik in de hoofdstad Banjul naar het Nationale Museum. In dit enigszins gedateerde museum wordt een overzicht gegeven van de bodemvondsten en de geschiedenis van het land waarvan het koloniale verleden een prominente plaats inneemt.

De lokale bevolking doet de dagelijkse boodschappen in Banjul op de Albert Market. Het is een feest voor het oog om de vrouwen in hun fantasievolle en kleurrijke gewaden te zien lopen. Een boodschappentas is meestal niet nodig, daar gebruiken de dames hun hoofd voor.

Via een klein steegje beland ik achter de markt waar het strand ligt. Hier heerst een enorme bedrijvigheid van vissers die hun boot binnen halen, hun vangst aan land brengen, stalletjes bevoorraden en netten repareren. De vrouwen snellen toe als ze zien dat er een bootje binnenkomt om meteen de vis vanuit de boot te kopen. Op het strand worden ter plekke nieuwe bootjes van teak en mahoniehout gemaakt.

De compounds waarin soms wel 35 families leven zijn ommuurd met een stenen of golfplaten muur. Wat je daarachter ziet zijn stoffige straten met spelende kinderen, krakkemikkige auto’s, kletsende vrouwen en rondhangende mannen. De huisjes bestaan soms uit gemetselde muren, maar meestal uit golfplaat.

Een bezoek aan de heilige krokodillenpoel Katchikally is een aparte ervaring. Rondom een meer liggen de krokodillen te knikkebollen. Als de ranger het zegt mogen bepaalde krokodillen geaaid worden en kun je voelen hoe zacht de onderkant van hun klauw is. De vrouwtjes zijn niet aaibaar, als elke moeder bevechten zij hun eieren of jongen. Aan de krokodillenpoel worden heilige krachten toebedeeld; zo zou het de baden in het water de vruchtbaarheid bevorderen.  Naast de poel is een klein museum waar onder andere figuren uit allerlei mystieke rituelen tentoongesteld worden.

De enige 18 holes golfbaan van Gambia ligt in Fajara, vlak bij Bakau. De Fajara Club is hier sinds 1959 gevestigd. Golfen in Gambia is extreem golfen op z’n Afrikaans, met af en toe een varken dat op de (bruine) greens ligt rond te rollen of een koe die in de weg staat. Het is bij de Fajara Club mogelijk om voor één dag lid te worden. Het restaurant van de club staat uitstekend bekend en wordt druk bezocht.   

De volgende dag gaan we voor een bezoek aan de Mandina Ecolodges naar Makasutu Forest. Onderweg  passeren we de Kembujeh lagere school. Hier krijgen 1600 kinderen in een ochtend- en middaggroep les. Helaas is vervolgonderwijs voor de meeste Gambianen onbetaalbaar. Vanuit Ngala Lodge wordt elke maand een andere school onder de aandacht van de gasten gebracht en sommige scholen krijgen al gedurende enige jaren financiële steun van buitenlanders. Maar de scholen zijn ook altijd blij met een gift in de vorm van pennen en schriften. We vervolgen onze weg naar de Mandina Ecolodges. Op de toegangsweg  naar het ressort, moeten we even stoppen voor een troep brutale bavianen die de weg versperren, het is een attractie op zich.

 

De eigenaar van de Mandina Lodges, Lawrence Williams heeft een speciale manier bedacht om aandacht te vragen voor de armoede in Gambia.Voor zijn eigen rekening haalt hij elk jaar wereldberoemde graffitiartiesten over naar Gambia, die gezamenlijk in enkele weken tijd complete dorpen bewerken. Ook worden workshops voor de jeugd gegeven in de betreffende dorpen. Deze projecten stimuleren de gemeenschapszin op allerlei manieren, want Williams verstrekt gratis verf aan de dorpelingen om alvast een ondergrond te schilderen en door de bezoekers die naar de prachtige kunstwerken komen kijken, komt er ook nog wat geld in het laatje. Als we met hem een nabijgelegen dorp bezoeken, wordt hij dan ook met open armen door de dorpelingen ontvangen. www.wideopenwallsgambia.com.

 

Gambia beschikt over hagelwitte stranden waar het niet nodig is om vroeg op te staan om met een badlaken een bedje te reserveren, want er is plaats genoeg. Bij het strand van Kololy Beach is een natuurpark, Monkey Park. Grappige kleine aapjes pakken met hun kleine handjes nootjes uit je hand. In de mangroves tussen het park en de zee zijn talloze vogels met schitterende kleuren te zien. Op het strand verkopen de officiële juicepressers de heerlijkste versgeperste sapjes. Met een overheerlijk mangosapje in mijn hand bekijk ik het stille, zonovergoten strand en realiseer me wederom dat  de algemene opvatting over het regenseizoen in Gambia dringend positief bijgesteld moet worden.

 

Met mijn gids Habib maak ik de laatste dag van mijn verblijf een tocht naar James eiland, ook wel Kunta Kinte eiland genoemd. Kunta Kinte is de Gambiaan op wie het boek en de film ‘Roots’ zijn gebaseerd. Zijn geboorteplaats ligt vlakbij het eiland. Zoals wel vaker is de reis naar het einddoel een belevenis op zich. Door de bemiddeling van Habib mogen we buiten op het terminalterrein in de schaduw wachten op de ferry die ons naar de overkant van de Gambiarivier brengt. Ik zie dat de overige honderden passagiers in een snikhete ruimte op hun beurt staan te wachten tot ze mogen inschepen. Als de ferry aanlegt, stromen honderden kleurrijke mensen met de meest uiteenlopende zaken naar buiten. Vrouwen met drie emmers opgestapeld op hun hoofd, een kindje op hun rug en twee tassen in elke hand, mannen met krakende karren waar dozen, zakken en balen op liggen; hokken met kippen en geiten worden meegesleept. Mannen sjorren met elkaar de handkarren leeg en leggen de spullen op de kade. Enkele stokoude vrachtwagens, sommige met  Nederlandse belettering, verlaten pruttelend en met stinkende uitlaatwalmen de ferry. We gaan als eersten aan boord en bemachtigen zowaar een zitplaatsje op het bovendek waarvandaan goed te zien is hoe de ferry, die tussen Banjul en Barra vaart, volloopt met ongeveer dezelfde vracht als de heenweg. Vanaf het bovendek zie ik één groot deinend kleurenpalet. Een vrouw heeft een zitplaatsje gevonden en houdt een iel kippetje op haar schoot. Gedurende de gehele overtocht zie ik dat ze het kippetje over de rug aait. Het diertje zit er relaxt bij en is zich er niet van bewust dat het waarschijnlijk enkele uren later in de soep zal belanden.

In Barra aangekomen vervolgt de weg zich met een 4Wdrive naar James eiland. We rijden over een stoffige rode weg met hier een daar een dorpje met typisch Afrikaanse hutjes met strooien daken, schooltjes en kerkjes. Af en toe steekt een aap de weg over of hollen kinderen een stukje met de auto mee, terwijl ze ‘hello, hello’ roepen. We zien wetlands met witte koereigers, koeien die ruzie zoeken met elkaar en lachende dorpelingen. Tijdens de rit die ongeveer een uur duurt verveel ik me geen minuut. Habib vertelt ondertussen over de Christelijke en Islamitische feesten die de bevolking van Gambia gezamenlijk viert, iets wat je bijna nergens anders tegenkomt.

James eiland is het eiland waar de Afrikaanse slaven verzameld werden voordat ze werden verscheept naar Amerika. Het ligt een stukje uit de kust. We worden met houten bootjes naar het door erosie alsmaar kleiner wordende eiland gebracht. De geschiedenis die aan dit eiland kleeft is iets waar de hele wereld zich diep voor moet schamen. Wat rest op het tot Unesco monument uitgeroepen eiland zijn slechts enkele ruines en de echo van het verleden.

Nadat we aan de wal nog even in het kleine slavernijmuseum hebben rondgekeken rijden we terug naar de haven van Barra. Vanaf het bovendek van de ferry onttrekt zich voor onze ogen een schitterend schouwspel. Enkele kleine bootjes zijn met hun lading vanuit Banjul gekomen en moeten gelost worden. Er is geen aanlegsteiger en de bootjes liggen zo’n dertig meter vanaf het strand. De lading bestaat uit vrouwen met hun boodschappen, schoolkinderen, mannen, dozen, zakken, blikken, tafels, stoelen, banken, wasmachines, vee en wat je nog meer op een schip kunt vervoeren.

Door het water waden mannen tot ver voorbij hun middel naar het schip om de spullen torenhoog op hun hoofd te laden en naar het strand te brengen. Een man loopt met twee balen suikerriet van elk 50 kilo op zijn hoofd of het niets is. De passagiers gaan ondertussen wijdbeens op de rand van het bootje zitten waarna andere dragers hun hoofd ertussen wurmen en met het vrachtje op hun schouder naar het strand waden om de menselijke lading droog af te zetten. Ik vraag aan Habib of het niet handiger is om een aanlegsteiger voor de bootjes aan te leggen en hij kijkt me aan of hij het water van de Gambiarivier ziet branden. ,,Ben je mal, dan verdienen de dragers niets meer’’.

 

Gambia ligt in het noordwesten van Afrika op ongeveer zes uur vliegen van Amsterdam en is het gedurende het hele jaar ook te bereiken via Brussel. Het land is betrekkelijk veilig maar ook hier gelden de veiligheidsmaatregelen die elke toerist in acht moet nemen. Een bezoek aan de GGD is nodig in verband met vaccinaties en malariapreventie.   

En de "bumsters" over wie iedereen het  heeft ? Net als overal elders in de wereld probeert de straatarme lokale bevolking, met een gemiddeld jaarinkomen van 250 euro, aan de rijke toeristen producten en diensten aan te bieden. Gewoon nee zeggen en doorlopen.

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.

baltina | Antwoord 26.09.2014 16.06

Gambia is echt heel erg leuk verrassend land! Ik heb gezien dat er zelfs een Nederlandse facebook pagina van Gambia is!
www.facebook.nl/GambiaNL

Marion | Antwoord 07.08.2014 14.30

Wat een belevenissen. Alsof ik er zelf bij was. Mooie foto's en goed geschreven.

jacqueline | Antwoord 04.08.2014 16.32

Weer op reis zonder enige vertraging.

Rob Dijksman | Antwoord 04.08.2014 12.07

Klinkt goed, Ank. Mooie foto's

ellen elvader | Antwoord 02.08.2014 16.19

Ik was weer even terug in Gambia. Leuk verhaal!

Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

03.11 | 10:24

ik ben 100% rolstoel afhankelijk. voor mij dus geen optie.

...
31.10 | 23:00

Leuk artikel weer Ank!

...
30.10 | 18:03

Ik vind het verhaal heel goed beschreven. Bedankt hiervoor.

...
01.08 | 22:19

Wat een verhalen, en info,
Leuk om te lezen ankie

...
Je vindt deze pagina leuk